Ik heb dit jaar (juli 2010) een fietstochtje gemaakt van Malmo (Zuiden van Zweden) naar Stockholm. Een tochtje van 1100 kilometer. Nu kwam ik op het idee om hiervan iets op deze blog te plaatsen. Echter , van deze trip heb ik niks genoteerd en opgeschreven. Wat ik nu wel jammer vind. Toen pakte ik mijn verslag van mijn vorige tripje (Praag-Wenen-Bratislava 800km) erbij voor inspiratie en bedacht ik me. Ik kan dit verslagje ook wel hier plaatsen. Dan kijk ik wel of ik ooit nog aan een beschrijving van de Zweden trip toekom. Bij deze dus.
Het verslag van Praag-Wenen-Bratislava (juli 2009). En om toch maar ergens te beginnen, waarom dan niet meteen bij het begin. In het vliegtuig op de heenweg las ik in een krant mijn horoscoop van die dag. Ik besteed nooit aandacht aan die dingen, maar deze viel me toch wel op. Er viel te lezen 'Je bent er een van bergen en dalen en vandaag ben je op weg naar een berg'. Nou, dat vond ik wel aardig frappant, want ik wist vrijwel zeker dat ik met mijn fietsje hier en daar wat bergen zou moeten trotseren (laat ik hierbij de discussie even schieten betreffende definities van bergen en heuvels, voor de goede orde) en dan natuurlijk het metaforische interpretatieaspect van de horoscoop. Kortom, de planeten en de sterren voorzagen het; mijn tripje zal er een worden die me wel zal blieven, wat ik daar in het vliegtuig een prettig teken aan de wand vond en ze kregen nog gelijk ook. Die sterren en planeten.
Ik was in mijn eentje. Dat ben ik inmiddels wel gewend met reizen. Maar zoals altijd met dat alleen reizen; van te voren heb ik altijd zoiets van, heb ik daar wel weer zin in tegen mezelf pratend door zo’n reisje heen, maar ik weet ook dat als ik er eenmaal ben dat ik het helemaal het vind. Wat ik er dan wel allemaal zo geweldig aan vind aan dat alleen reizen? De vrijheid. Dat is wel het eerste waar je mee aan zou kunnen komen zetten. Het is natuurlijk een beetje een common place ‘de vrijheid’, maar misschien ook wel omdat het waar is. Je hoeft alleen maar verantwoording af te leggen aan jezelf. Je hoeft niks en je mag eigenlijk alles doen waar je zin in hebt (binnen de algemene normen dan). Je kan het ook rustig verkloten of jezelf lekker in de problemen werken zonder dat er ook maar iemand loopt te zeuren, van, je had dit of dat moeten doen dan hadden we hier nu niet midden op de weg gestaan, of iets in die zin. Ja, ikzelf vind het best geinig om mezelf in de problemen te werken. De cru en de bevredigende factor hierbij is natuurlijk het vinden van de oplossing om er weer uit te komen. Ik zou ook niet zeggen dat ik altijd alleen zou willen reizen, maar af en toe is het best wel erg lekker. Nu zat ik tijdens mijn andere alenige reisjes altijd wel onder de mensen, in hostels bijvoorbeeld. Daar was de factor van mensen ontmoeten juist weer de positieve factor van het alleen reizen (liefst geen Nederlanders, want wat een eikels zijn dat als je ze in het buitenland tegenkomt – af en toe mag je generaliseren als je er zin in hebt).
Op dit tripje was dat toch wel anders. Behalve dan in Praag en Bratislava, de twee plaatsen waar ik twee van de drie rustdagen had, daar zaten backpackers en was het gezelllig, maar tijdens het fietsen was ik helemaal op mezelf. Het alleen zijn werd ook enorm gecompenseerd met het feit dat je een doel hebt. Eentje die je in de ochtend vaststelt. Eentje die je geheel op je eigen tempo mag zien te bereiken. Een stip op de kaart tussen Praag en Wenen. Vaak waren het de wat grotere stipjes op de kaart tussen Praag en Wenen die de voorkeur hadden als slaapplek en als ze in de Lonely Planet stonden met wat bezienswaardigheden erbij dan wist ik wel snel mijn doelen voor de dagen uit te kiezen. Ook gezien dat er niet eens zo heel erg veel van dat soort grotere stippen op de route te vinden waren. Eigenlijk precies genoeg. De rest waar je langs kwam waren kleinere dorpjes (stipjes) waar het toch minder vertoeven is gezien ik ’s avonds ook nog wel graag een rondje liep langs wat gezelligheid en mooie gebouwen.
Vaak verkeek ik me een beetje op hoe lang ik erover zou doen naar het volgende aangekruiste stipje op de kaart. Ik heb de meeste dagen dan ook wel een aankomst van 9 uur 's avonds gehad (in Wenen nog later) en dan moest je nog een slaapplaats zoeken. Dat laatste was niet echt lastig natuurlijk. Zolang je maar betaald dan komt alles goed. De meeste overnachtingen heb ik nog vrij goedkoop kunnen verkrijgen, 20 euro plusmin, maar ik heb er ook een paar van 40 en eentje van 70 euro gehad. Die van 70 euro was in Wenen.
Het fietsen zelf was gedurende de hele tocht een genot. Mooi landschap, lekker knallen tegen de heuvels op en knallen de bergen af. Het werd nooit saai. Op gezette tijden even een opzwepend muziekje erbij voor de extra spirit. Wat heel goed werkt voor het opwekken van de geluksmomentjes. De geluksmomentjes komen ook door de enorme hoeveelheden endorfine die je aanmaakt bij het sporten, je wordt er serieus een beetje high van zo nu en dan. Wat zit het lichaam eigenlijk toch goed in elkaar. Muziek werkte overigens niet op de momenten dat je het even zwaar had. Als het heel warm was of/en wanneer je de weg kwijt was geraakt, dan heb je liever even geen muziekje op. Dat verkeerd rijden gebeurde in het begin van de route nog wel eens. Je kon bordjes volgen, maar je had wel je kaarten erbij nodig (en je GPS op je telefoon, jee, die heeft me af en toe best wel geholpen, leve moderne techniek, al vroeg ik me elke keer wel af hoeveel die dienst me eigenlijk zou gaan kosten daar in Tsjechië). Soms stonden de bordjes ook wel heel raar, zo dat je zou kunnen discussiëren of je op een bepaalde Y-splitsing nu links of rechts zou moeten. Zo ben ik wel een aantal keren verkeerd gereden. Het probleem daarbij was dat je dan een weg insloeg die heerlijk naar beneden reed en dat je dan op een gegeven moment denkt, het laatste bordje is nu wel erg lang geleden, en dan na GPS- en kaartcheck kom je er dus achter dat je verkeerd zit en dat hele stuk wat je net zo lekker met 55 km/u naar beneden hebt gereden weer terug omhoog mag klauteren. Daar leer je dan wel weer van. Alle daaropvolgende twijfelmomenten pakte ik, bij de minste of geringste twijfel, meteen al mijn kaarten, kompassen en GPS'en erbij voor ik ook maar wat verder fietste. Het betekende vaker afstappen wat irritant was, maar het spaarde wel meer tijd en energie ten opzichte van verkeerd rijden.
Ik moest op de hete dagen ook best vaak van de fiets af om anderhalve liter water in te slaan, want er was soms niet tegenaan te drinken. Het leek wel rechtstreeks mijn poriën uit te sijpelen.
Verder over het fietsen. Wil ik bij deze een klacht indienen. De route heette op de fietsbordjes 'Greenways. Praha - Wien' wat een logische rijrichting impliceert. Echter, had ik geweten dat ik de gehele tijd tegenwind had gehad dan was ik toch wel van Wenen naar Praag gereden. Potverdorie. Qua mooi rijden was dat dan misschien weer niet de beste richting geweest overigens. Het Mooiste stuk lag toch voornamelijk wel in Tsjechië. Klacht twee gaat over de plaatsing van de bordjes. Deze stonden, leek wel, immer op een stuk waar je bezig was met een mooie afdaling. Wat wil je op een mooie afdaling? Vaart houden. Maar nee, zag je weer zo’n verdomd bordje twijfelachtig de route aangeven, moest je weer in de remmen om het allemaal eens goed te bekijken. Mijn idee is dat je ze beter beneden onder aan de afdaling bij de daadwerkelijke afslag kan plaatsten. Maarja, wie ben ik.
Terug naar de start. Het allereerste stuk fietsen was een stuk over de snelweg, van het vliegveld naar Centrum Praag. Wat ik eerst niet zo’n goed idee vond, maar toen ik toevallig een politiebusje zag staan op het vliegveld vroeg ik aan een van de politieventjes of het een goed idee was, over de snelweg naar Praag. Ik wilde namelijk niet meteen de eerste dag al een boete. Ik had vernomen uit vooronderzoek dat je voor het niet in orde zijn van bijvoorbeeld je fietslichten al een boete van 1000 Tsjechische kronen kon krijgen. Dat klonk als dat de Tsjechische politie net zo kinderachtig was als de Nederlandse. Het antwoord van de politievent klonk als ja en kwam aardig bemoedigend over. Eenmaal op de snelweg was er ook een vrij brede vluchtstrook, dus het was dan ook helemaal geen probleem. In Nederland zou iedereen zich er meteen mee bemoeien met zijn toeters en al.
De eerste avond in Praag heb ik overnacht in een hostel (Sofie). In een modern en schoon dormroom voorzien van vijf bedden. Ik voegde me bij allemaal dames. Drie jonge Amerikaanse en een Koreaanse. De Amerikaanse waren een beetje afzijdig (waren ook erg jonge grietjes) en die Koreaanse was stil (maar dat zijn ze allemaal). Apart en bescheiden volk die (Zuid) Koreanen. Je ziet ze over de hele wereld in hostels, dus ze zijn reislustig, maar hebben dan wel weer een afstandelijke manier van reizen. Ze reizen vaak toch ook alleen, willen alle bezienswaardige dingen zien (zodat ze dat af kunnen vinken) en vertrekken naar de volgende locatie. Eigenlijk zoals bijna elke reiziger doet. Enkel met het verschil dat ze zich verder niet moeien met andere mensen. Ze zoeken ook niet snel het contact. Al heb ik in Australië ook wel eens, door wat initiatief te nemen, wat meer gezelligheid uit een zo’n Koreaan proberen te krijgen. Ik had hem bijna zo ver gekregen de hostel bar te betreden voor een biertje. Echter hij redde het tot het hoekje van de deur. Rende weer terug naar zijn kamer toen hij al die lallende Engelsen zag, waarvan er een – geezer - op een kruk stond met een jurk aan, en even later onder begeleiding van Joe Cockers You Can Leave Your Hat On zonder jurk overigens. Nou ja, over cultuurverschillen gesproken.
Voor mijn eigen gerief ben ik in Praag bij nacht wat gaan wandelen. Het was een mooie zwoele zomeravond. Ik heb daar in een parkje op een bankje een soort van Kebab gegeten en een ice-tea gedronken en gekeken naar het Praagse paraderende zomervolk. Oke, ik zat de mooie vrouwen daar een beetje uit te checken, maar dat krijg je met de zomerjurkjes en de zwoele temperaturen aldaar. Het zijn best een mooie mensen die Tsjechen. De volgende dag werd ik vroeg wakker van het lawaai van een bouwplaats naast het raam van het Hostel. Na de ochtendrituelen was het begonnen met regenen. Ik dacht, beter eerst een dag Praag bekijken, hebben we dat ook weer gehad. Na aanschaf van een paraplu uit een winkeltje van wat Aziaten hield de regen op. Het kon erger dacht ik. Ik had ook opgescheept kunnen zitten met een paraplu van het winkeltje dat ik bezocht voor het winkeltje van de Aziaten. Die hadden alleen vrouwenparaplu’s. Dan had ik daar dus mooi gestaan met een roze paraplu met bloemetjes erop, en geen regen.
Met de fiets ben ik vervolgens de stad gaan bekijken. Erg mooie stad. Net Disneyland, prachtige gebouwen en bruggen. Ook evenredig veel toeristen als Disneyland. Die dag even de verplichte kost afgewerkt. ’s Avonds naar de bios gegaan want erg gezellig was het in het eerste hostel van mijn tripje niet (ik was naar Public Enemies met Johnny Depp, die komt deze week pas uit in Nederland – wie loopt er hier nu achter?)
Pas de tweede dag ging ik echt fietsen. Ik moest daarvoor eerst de overtollige bagage dumpen die ik later in Praag weer op zou pikken. Ik dacht het goed geregeld te hebben. Ik had telefonisch van uit thuis het hostel gevraagd naar storage mogelijkheden, en dat klonk allemaal ok. Maar het meisje achter de receptie zei ter plekke, no possible. Dus hop, de stad in op zoek. Treinstation kon ook al niet want alle kluizen gingen na 72 uur weer open, wat niet handig was (understatement). Op een metrostation uiteindelijk iets gevonden. Een vage deur in een muur die open werd gedaan door een zweterige Tsjech in een wit hemdje. Moest ik wel eerst op een nog vagere bel drukken. Achter hem hele rekken met bagage. Dus dat zag er wel goed uit.
Toen de metro gepakt naar een buitenwijk van Praag (mooie moderne metro, zo heb je ze in NL zelfs niet). Op mijn routebeschrijving stond op welk station ik uit moest stappen voor het moederbord. Het startpunt van de fietsroute. Het was overigens alweer middag. De weg naar dit bord vinden ging met gemak. Alleen, dat beginbord (te vinden in een parkje), daar zou de routerichting op aangegeven staan. Nee dus. En nergens verder routebordjes te bekennen. Het hele park wel drie keer rond gefietst. Kreeg ik ook nog een lekke band. Plakken enzo. Niks romantisch aan, want het was gewoon een stadspark en ik stond mijn band zowaar te plakken tussen de hondenpoep en de vliegen van het park. Uiteindelijk, rond 2 uur ´s middags, na een heel gedoe met kaarten en wegvragen was ik toch op weg. Door de buitenwijken van Praag. Uitgestrekte heuvelachtige plantzoenen met flats, erg veel groen gebied, zeer ruim opgezet, allemaal wandelende moeders met kinderwagens (echt veel, volgens mij fokken die gasten als konijnen daar in die buitenwijken). Die buitenwijken met flats waren wel tien keer mooier als laten we zeggen de Bijlmer te Amsterdam. Ik zou er geen bezwaar hebben er te wonen, denk ik. Ik vond overigens dat die Tsjechen het best goed voor elkaar hadden in het algemeen. Als je Amsterdam naast Praag zet is het hier en daar eigenlijk maar een vieze troep in Amsterdam. Na de buitenwijken kwam ik door het eerste bos, niet erg indrukwekkend hoor, meer zo’n stadsbos. Na een paar keer verkeerd gereden te hebben kwam ik met veel gevraag naar de weg uit bij een snelweg waar ik niet op kon. Parallel aan de snelweg lag een rivier waar ik overheen moest en de enige brug in de omgeving was die waar de snelweg gebruik van maakte. Maar wat bleek, ik kon met een pondje ook gratis naar de overkant. Het pondje bracht me bij een recreatiestrandje waar het druk was met stadse Tsjechen die verkoeling aan de rivier zochten. Zag er goed uit allemaal, met barretjes, muziek en barbecues. Ik zeg je, die Tsjechen weten zich wel te vermaken. Dat was bij Branik. Ik moest naar Krc. Ik wist waar ik heen moest. Voor ik de rivier overstak had ik bij een mountainbikewinkel – iedereen die daar een fiets heeft bezit een mountainbike, dat moet ook wel met die pittige heuvels – aan een aardige fietsenmaker de weg gevraagd. Deze stopte me een internetprint en een fietsroute kaart gratis en wel in de hand. Nadat ik ze had verteld dat ik bezig was van Praag naar Wenen te fietsen vroegen ze me of het een soort van wedstrijd was. Net voor mij was er nog zo’n mafkees om de weg komen vragen. Deze andere mafkees ben ik nooit tegengekomen, ik probeerde hem nog in te halen, wilde er, zoals de fietsenmaker dacht, best een wedstrijd van maken. Ik antwoordde de fietsenmaker overigens, ‘No, just me’.
Na Krc moest ik naar Ghodov. Fietspaden volgend die ineens ophielden en in bermen overgingen (raar fietspadensysteem daar). Meer parken, meer flats, meer moeders met baby’s te wandelen. Langs Pruhonice naar Modelice. In Modelice was geen slaapplaats te vinden (want zo laat was het alweer). Terug gefietst naar Dobrejovice in verband met een campingsymbool op de kaart (moest nog erg aan die plaatsnamen wennen). Kampeerplaats was nergens te bekennen. Wel een pension. De eerste overnachting was in een heel klein dorpje (Dobrejovice dus) waar niks te beleven viel. Er was daar wel een alleraardigst pensionnetje uit de klei opgetrokken (of kan dat alleen in NL dat met die klei). Een pensionnetje waar ik ook nog eens uitgebreid chili concarne kon eten om 20.30 uur en heerlijk bier kon drinken op een buitenterras onder de bomen.
Heerlijk bier zei ik… Dit laatste wilde ik zeker even vermelden want, mijn god, ik geloof dat wij luie reet mensen van het westen helemaal zijn vergeten hoe lekker eten wel niet is na een lange warme dag met enige lichamelijke inspanningen, en vooral ook bier, ow, dat bier, als je echt honger en dorst hebt. De hele verdere week keek ik elke avond uit naar het avondeten en die eerste halve liter bier. Goddelijk gewoon. Ik zou bijna dagelijks in Nederland 150 km ervoor rijden bij 35 graden om die honger en dorst weer op te wekken.
De volgende dag wilde ik perse in Tabor eindigen. Vanaf Dobrejovice fietsroute 0028 gevonden en gevolgd. Op zoek naar route 11 welke me helemaal naar Wenen zou begeleiden. Om 10.00 uur vertrokken. Was meteen al warm. Ik kon de route goed volgen. Zweette me wel de tyfus, maar had erg veel energie. De route was zeer heuvelachtig. Mooie uitgestrekte graanvelden (maar ook velden met andersoortig beige dor gewas wat ze er op verbouwde) en dan weer dwars door een bos met enorme naaldbomen. Ik had een doel en dat was Tabor en dat ging sneller als ik dacht. Om een uur was ik al bij Sasava dat aan de rivier de Sasavou lag (hence the name). Ik dacht mooi, ik haal Tabor met gemak om 20.00 uur. Na de Sasavou rivier gepasseerd hebbende reed ik echter schromelijk verkeerd. Moest ik een heel stuk terug fietsen. Een steile heuvel op waar ik daarvoor nog lekker zorgeloos vanaf aan het knallen was. Zo werd Tabor dus verder als ik dacht. Op een gegeven moment begonnen donkere wolken ook nog eens boven mijn fietsend hoofd zich samen te pakken. De bui vloog net niet over terwijl ik in een bushokje schuilde. Met dat bushokje was ik overigens vrij content gezien de bliksemschichten die gepaard gingen met het onweersgewoel. Heb nog regenwater proberen te vangen in mijn bidon via het dak van het bushokje (water was op en ik had weer dorst). Dit lukte goed, maar het water smaakte naar het dak van het bushokje, dus ik heb het maar niet verder opgedronken. Hierna moest ik nog 30 kilometer fietsen om Tabor te bereiken. Het eerste stuk van die 30 km was afzien. Het ging alleen maar omhoog en omhoog, er leek geen eind aan te komen. Op een gegeven moment zag ik een zendmast langs de weg op dezelfde hoogte alsdat ik aan het fietsen was. Dit moest haast wel het hoogste punt zijn. En dat was zo. De laatste 15 kilometer was een heerlijke afdaling naar Tabor waar ik aankwam samen met nog een startende onweersbui. Ik was redelijk afgemat (volgens mij kwam die dag neer op 150 km met zeer pittige heuvels). Na wat schuilen in een garageportiek van een hotel en na twee deuren (van pensions) afgelopen te hebben had ik, nog redelijk droog, bij een derde deur een slaapplek gevonden (spotgoedkoop). Het was er een in de enorm oubollige omastijl. Voor de spotgoedkope prijs die ik ervoor moest betalen gooiden ze er meteen een ontbijt bij. Ik was weer content met mezelf. Het was precies wat ik nodig had, een goedkope slaapplek met ontbijt. Toen nog hopen op een tent die om 22.00 uur nog eten voor mijn hongerige maagje warm wilde maken en desalniettemin een heerlijke halve liter bier koud had staan. Ik dank daarbij de Chinezen (in plaats van God). Die werken namelijk gewoon door tot de laatste lege magen gevuld zijn (al was hun eend, in weet ik wat voor saus, niet zo'n genot als de chilli concarne van de dag ervoor, het bier was weer uitmuntend). Tabor zelf was verder maar een of ander doorvoerstadje. Ik had het middels het lopen naar de Chinees wel allemaal gezien die avond. Afgezien van de prachtige onweerswolken was er weinig meer te beleven daar in Tabor. Ik wilde de volgende ochtend meteen weer weg naar een volgend doel.
Na een heerlijk ontbijt dacht ik lekker op weg te gaan, maar het was niet lekker. Het regende. In een steegje mijn regenkleding aangedaan en toch maar gaan fietsen. Het was k.u.t., het regende zonder onderbreking de hele dag, maar dat hoort er ook bij. Ik heb mijn doel die dag aangepast aan 55 km fietsen want ik had het natte fietsen snel gezien. Koude handen en voeten, alles werd zwaar, weinig kracht in de benen (door de pittige eerste dag fietsen denk ik) en ik kreeg ook nog eens een tweede lekke band. Welke ik precies bij een of andere toeristische trekpleister kreeg. Er stonden allemaal bussen geparkeerd die allerlei fotovolk (verbasterde vorm van voetvolk) had aangevoerd om een kasteel te bezichtigen. Ik had niet erg veel oog voor het kasteel (toch een foto van genomen), wel voor het aangelegen restaurant, om mijn handen te warmen zodat ik die verdomde lekke band te lijf kon gaan en de laatste 20 natte kilometers (leve de reserveband overigens).
Ik had mijn doel bijgesteld op een redelijk toeristisch stadje met wat mooie kerken en een gezellig centrum. Het was Jindrichuv Hradec. Hier vond ik vrij snel een pension en daar was goddank een bad waar ik dankbaar gebruik van maakte. In de stad zelf een Italiaans restaurant gevonden waar ik een riant bord spaghetti kon eten. Op dat moment leek het me verstandig aan zulk eten te gaan. Ik installeerde mezelf aan een tafeltje, toevallig naast een tafeltje met een Nederlands gezin (dat dan weer wel) en werd bediend door de chagrijnige wijven van het personeel. Al verscheen er als bliksem bij heldere hemel een glimlach op dat serveerstersbekkie toen ik haar bij betaling een kleine fooi gaf (dat stond ook in de Lonely Planet, dat 10% fooi normaal was daar in Tsjechie, nou ik moet zeggen ik heb me daar wel een beetje aan gehouden, maar aan de reacties van het gefooide personeel af te lezen leek het helemaal niet zo normaal, verbaasde blikken en in een restaurant kreeg ik het voorgestelde gefooide bedrag zelfs in mijn handen terug gedrukt). Voor de rest kan ik me maar weinig meer herinneren van Jindrichuv Hradec. Ik denk dat ik wel aardig afgepeigerd was van de eerste paar dagen en heb dan ook zeer waarschijnlijk als in coma geslapen.
De dag dat ik wegfietste uit Jindrichuv Hradec was het alweer zondag en het was niet warm en het was niet koud en het regende niet, al leek het elk moment te kunnen gaan regenen, maar dat deed het niet. Ideaal fietsweer. Door het rustig aan doen van de dag ervoor had ik ook nog eens een enorme hoeveelheid energie. Kortom, die zondag was de mooiste fietsdag van de hele trip. Alles ging zo voorspoedig. En de route ging ook nog eens door het mooiste landschap tot nog toe (en achteraf van de hele trip). Door een bosrijk gebied met enorme bomen langs Oostenrijkse grens. Helaas nergens maar ook een wild beest gezien (afgezien van een dooie eekhoorn en een zwerm wespen bij mijn lunch). Het doel van die dag was Znojmo halen. Wat overigens weer verder leek dan berekend (de fietsroute ging niet rechtstreeks en als je vals speelde, wat ik wel een keer of wat noodgedwongen deed, dan kwam je op wegen met meer verkeer terecht en dat was meteen minder leuk). Tegen zo’n 20 kilometer voor mijn einddoel ontwaarde ik ineens een slagboom op de weg met een hokje ernaast waarin een geld collecterend ventje zat. Ik mocht doorfietsen. Na de slagbomen was het een drukte van jewelste. Er liepen allemaal mensen in zomerkledij, veelal een beetje aangeschoten, een stuk verder een tiental terrassen en restaurantjes langs de weg, etende mensen, zuipende mensen. Ik stapte af om de redelijk gezellige zomeravond sfeer die er hing beter in me op te nemen. Het was inmiddels 19.00 uur ’s avonds en zo lopend langs al die heerlijke geuren dacht ik onderhand ook wel aan eten. Ik had al een paar leuke terrasjes op het oog, maar besloot om door te lopen en te zien wat er verder nog was. De weg kwam al snel op een grote stuwdam en na de stuwdam volgde een groot gebied bestemd voor tentjes en caravan’s. Een camping dus. De muziek (Oost-Europese) was niet van de lucht. Ik kreeg zelfs het idee om mijn Znojmo doel maar aan te passen en hier een slaapplek te zoeken. Daar ben ik toch maar vanaf gestapt, nadat ze me bij het eerste pension waar ik me melde vertelde dat ze enkel kamers voor minimaal een week verhuurde. Op een van de terrasjes, met uitzicht op de bonte camping, heb ik een bordje friet met ketchup gegeten en deze Tsjechische hollidayparksfeer nog wat meer aanschouwd (bordje friet want de hamburger die op het krijtbord stond - waar ze me mee hadden gelokt – was op, rare gasten die Tsjechen).
Ik moest nog zo’n 20 kilometer verder. Net 10 kilometer voor Znojmo brak mijn ketting. Na een kalmerend peukje in de berm strak ik mijn duim op en binnen 5 minuten had ik een lift. Mijn fiets mocht zelfs mee. Een lift van een aardige oudere Tjech waarmee ik Duits kon praten. Hij bracht me direct naar het dorpscentrum, naar het hostel dat ik even snel in mijn Lonely Planet had opgezocht. Het betreffende hostel bleek zeer goed opgezocht. Het was spotgoedkoop, schoon, nieuw, met bad en privé terras op het dak waar vanaf een puik uitzicht.
Znojmo leek wel erg veel op Jindrichuv Hradec, zelfde dorpspleinbestrating, zelfde middeleeuwse kerktorens, zelfde huisjes (beige, zalmroze en vaak met kubistische motieven), kortom een geheel zelfde opzet leek wel. Echter, in mijn geheugen is Jindrichuv Hradec een beetje ondergesneeuw door Znojmo. Znojmo had toch net even dat extra rustieke. Znojmo had wel wat weg van Toscane als je je ogen samenkneep, stond in de Lonely Planet te lezen, en ze hadden nog gelijk ook. Heerlijk gerelaxt de volgende dag (de eerste echte rustdag tussen het fietsen door). Rondgelopen en mijn ketting van mijn fiets laten maken bij een aardige fietsbakker die ietwat op de Oostenrijkse Josef Fritzl leek. Maar geen kwaad woord over deze fietsenbakker, want hij rekende geen arbeidskosten voor het opzetten van de nieuwe ketting. Hij dacht, gezien ik in het Engels met hem probeerde te communiceren dat ik uit Engeland kwam en begon er over dat hij mensen kon die in Engeland woonde. Hij vroeg nog net niet of ik ze misschien kende. Ik speelde maar mee want hij had me immers al niks gerekend voor de arbeidkosten. Ik noem deze Jozef Fritsl wel fietsbakker want hij bakte er niet veel van. Dit bleek de volgende dag toen er zo nu en dan een tandje werd overgeslagen door de ketting tijdens het heuvel op rijden. De rest van de dag op mijn privé dakterras, tenminste er zat niemand anders, met mooi uitzicht over 'Toscane' in het zonnetje een boek gelezen (ik had Jack Kerouac's On The Road mee). En ’s avonds wat in het oude dorpscentrum rondgelopen (na een uitgebreid diner – pizza – in restaurant met buitenterras).
De volgende ochtend boodschappen gedaan en uitgebreid ontbeten in de gastenkeuken van het pension samen met een dikke Sloveen die begon uit te wijden over zijn boodschappen. Hij zat te schransen van hetgeen hij gekocht had in een achteraf winkeltje waar alles enorm goedkoop was en bleek mij perse uit te moeten leggen waar dat winkeltje precies zat. Hij vertelde zo enthousiast dat ik hem maar niet liet blijken dat ik wegens vertrek niks aan die informatie had en luisterde aandachtig naar zijn uitleg en uitwijding over de belachelijke lage prijs die hij bijvoorbeeld voor zijn kalkoenlapjes had betaald. Grappig was het moment waar hij probeerde uit te leggen (in het Duits) van wat voor vogel zijn lapjes waren zonder het Duitse woord ervoor te weten (‘not a chicken, a bigger bird.. etc). Ik opperde nog Turkey, ik wist allang dat hij kalkoen bedoelde, waarop hij hard nee schudde. Toen opperde ik, vogel fur weihnachten en toen waren we er uit.
Op naar Wenen was het devies, na het gezellige ontbijt. Op de kaart bekeken was het maar zo’n 80 kilometer rechtsreeks, maar dat was als je de grotere wegen zou volgen. Daar was ik dus niet voor gekomen. De Praha – Wien fietsbordjes zouden me via een redelijke omweg (eerst een heel stuk naar het oosten langs de grens en dan pas rechtsreeks naar beneden) naar Wenen voeren. Toch al snel weer 140 kilometer (bleek vooral achteraf). Plichtsgetrouw als ik ben (ik speel zelfs niet vals als ik mezelf er alleen mee heb) koos ik voor de omweg. Gezien het de een na laatste fietsdag was had ik eigenlijk ook wel zin om de autoluwe, langs natuur en rustieke dorpjes leidende route te volgen in plaats van een recht toe recht aan stuk met allemaal roekeloos passerend verkeer. De rustdag had me in een dusdanige relax stemming gebracht dat ik vanuit Znojmo de gehele route (de bordjes) niet meer kon vinden. Kortom, ik was van het pad af. Gelukkig had ik nog de van de thuis uitgeprinte A4’tjes waarop de plaatsnamen stonden waar de route langskwam (al waren die wel een beetje gehavend van de regendag). Ik ben toen maar richting het eerstvolgende dorpje op de route gereden. Aldaar zou ik de route wel weer vinden want zo groot waren die dorpjes doorgaans niet. Ik moet bekennen dat ik die ochtend niet helemaal helder was want voor ik mezelf de juiste richting op had getrapt was het alweer 12.00 uur (uitgebreid ontbijt was ook schuldig hieraan). Terwijl het achteraf gezien vrij makkelijk was gebleken om de juiste richting op te rijden (als ik de kaart wat beter bekeken had).
Het stuk langs de Oostenrijkse grens was langs dorpje na dorpje gelegen tussen uitgestrekte heuvellandschappen. Ik fietste wel lekker, maar de dag begon zich al snel als zeer warm af te tekenen. Tegen de al wat latere middag bereikte ik de Oostenrijkse grens. In Oostenrijk zat ik aardig verlegen om water. Ik kwam er bij het afrekenen van een fles water bij een winkeltje langs de weg achter dat het hier weer euro’s waren die de dienst uitmaakte in plaatst van die Tsjechische kronen. Euro’s had ik niet, die zaten in mijn opgeslagen bagage in Praag. Ik moet er afgepeigerd uitgezien hebben want de man achter de kassa was de vriendelijkheid zelfe en duwde me een fles water in de handen en vroeg of ik nog meer nodig had. Ik mocht het de volgende keer als ik weer langskwam betalen (hij had nog humor ook want hij wist inmiddels van mijn tochtje). Ik kreeg ook nog een foldertje mee met daarop een gemeentelijke waarschuwing geen leidingwater te drinken in verband met de colibacterie. Eerste indruk Oostenrijkers was dus zeer positief. De vervolgroute vanaf de grens was een redelijk saaie. Er was meer verkeer als ik het gehele tripje gewend was en al het land langs de weg bestond uit graanvelden waar Oostenrijkse boeren met hun megatrekkers de oogst aan het binnenrijden waren, hier en daar afgewisseld met een veldje zonnebloemen. Vooral de meer rechttoe rechtaan wegen met veel verkeer werden een beetje eentonig. Daarbij scheen het zonnetje ook nog eens keihard op mijn kneiter. Tegen 15.00 uur dacht ik een stuk af te snijden door op een grotere weg over te stappen. Deze kwam uit op een snelweg. Waar ik weer vandaan probeerde te komen vanwege het ontbreken van wat voor vluchtstrook dan ook. Ik moest daarvoor een stuk lopend met mijn fiets door boerenvelden ploeteren tot ik niet zoveel energie meer over had in het heetst van de dag en mezelf op een idyllisch plekje (in de schaduw van een hooiberg bij een veldje met paarden) neervlijde met een strootje in mijn bek. Een uur later werd ik uitgerust wakker. Het was ook niet meer zo heet. Duurde daarna wel weer even voor ik met mijn kaarten en GPS mobiel weer op een ietwat grotere weg uitkwam.
Eenmaal weer op weg was het al weer 19.00 uur. Dat ik laat in Wenen aan zou komen dat was op dat moment wel duidelijk. Ik moest zeker nog 40 kilometer. De siësta had wel voor vernieuwde energie gezorgd (ik had mijn hele voorraad aan chocola en mueslirepen naar binnen gewerkt net voor de siësta). Ik moest het ermee doen tot het eindoel van die dag want ik verwachte geen pin automaten tegen te komen voor Wenen. Het was me even doorfietsen, maar uiteindelijk kwam ik op een fietspad terecht die parallel langs de Brunnerstrasse rechtstreeks naar het centrum van Wenen liep (aldus een stelletje fietsende Oostenrijkse recreanten) en dat deed hij dus. Ver in de avond reed ik Wenen binnen (22.00 uur). Van Wenen had ik totaal geen info. Mijn Lonely Planet bestreek Tsjechië en Slovenië. Ik moet zeggen zodra ik mijn Lonely Planet niet meer kan raadplegen dat ik dan wat onzekerder word. Vooral toen ik tijdens het binnenfietsen van Wenen plots besefte dat het best een grote stad was met enorm veel drukke kriskrasstraten. Als je dan ook nog eens nergens iets ziet wat lijkt op Pension, Hostel of Hotel, dan gaan, naarmate de nachtelijke uurtjes in zicht komen, je gedachten steeds meer afdwalen naar een nachtelijk ronddolen met je fiets onder je ziel zonder slaapplek. Als je dan uiteindelijk een pension vindt in een of ander donker nietszeggend straatje, om 11 uur ‘s avonds, nou dan ben je toch wel een beetje tevreden met wat dan ook. Ik had wel, in dat Wenen pension, ter beschikking; een keuken, een slaapkamer met twee bedden en een masterbedroom met een mega tweepersoonbed waar je U tegen zegt. U begrijpt wel, ik sliep daar als een roosje. Dat was wel vaker in die pensionnetjes, dat je eigenlijk veel te veel ruimte voor een persoon kreeg. Je voelde je bijna schuldig zoveel ruimte in je eentje op te nemen. Niet in Wenen, want daar betaalde ik er genoeg voor vond ik. Owja, ik had ook bijna altijd een TV ter beschikking. Maar ergens snap ik die Tsjechen en Oostenrijkers niet. Ik bedoel zet geen TV neer als je maar twee zenders met sneeuw en daarachter vage nagesynchroniseerde flutprogramma’s moet proberen te ontcijferen. Maarja, wie wil er nu TV kijken.
Wenen was niet alleen slapen. De volgende ochtend ben ik er redelijk vroeg uit gegaan om een ochtendje de toerist uit te hangen. Heb snel ontbeten bij een restaurantje met lekkere broodjes om vervolgens als een gek dat grote centrum met die grote gebouwen te lijf te gaan. Voordeel van de fiets is dat je snel van het ene mooie park naar het andere bezienswaardige gebouw fiets en zo toch redelijk snel zo’n Wenen toeristisch verantwoord kan aandoen (in een ochtend). Zo snel dat ik nog een uurtje over had om een bezoekje te brengen aan het Kunsthistorisch museum (het laatste toeristische vinkje).
Daarna nog even snel een Mc Donalds meepakken (bij gebrek aan beter) en zo rond 12.30 uur de Donau weer oversteken om het centrum van Wenen achter me te laten. Bratislava leek me leuker voor nog een rustdag. Al snel na mijn vertrek uit Wenen stond ik weer naast mijn fiets met mijn ketting in de hand. Gebroken (die Josef Fritzl ook). Na enig navragen erachter gekomen dat er in een dorpje 5 km bij mij vandaan een fietsenmaker zat. Dus op naar dat dorpje. Lopend, maar gezien mijn vorige succes met liften hield ik mijn duim maar weer op gezette tijden omhoog. Dit sorteerde weer snel succes. Na drie auto’s stopte er een jolige Oostenrijker. Hij bracht me naar de betreffende fietszaak. Hij zei ‘hoffentlich is es nicht geschlossen’ (maar dan in goed Oostenrijks). Het was woensdagmiddag en dan gingen veel zaken in de middag dicht. Het is net de basisschool in Nederland. Tot mijn geluk was de tent open, maar de vrouw achter de toonbank keek me bezorgd aan en probeerde me uit te leggen dat haar zoon (klaarblijkelijk de fietsenbakker) griep had en er dus geen reparaties konden worden uitgevoerd. Midden in haar uitleg kwam er een halve zombie, de fietsenbakker, van de trap afsloffen. Hij wenkte mij en mijn fiets zonder een woord te zeggen naar de werkplaats en ging aldaar sniffend en voorhoofdafvegend aan de slag. De ketting lag er bijna om, er hoefde alleen nog maar een pinnetje ingeslagen te worden met het ponsapparaat, maar zover kwam hij niet. Hij tolde bijna voorover over mijn fiets, hernam zijn evenwicht, rechte zich een beetje, zij sorry in mijn richting en liep snel de werkplaats uit. Zijn moeder kwam al excuserend de werkplaats in. Ik heb het werk zelf maar zo goed als mogelijk afgemaakt wat lukte. Van de aardige fiestenmakersmoeder kreeg ik een nood-ponsapparaatje mee en een extra pinnetje, mocht het onderweg nog eens voorkomen. Ik mocht niet betalen. Aardige mensen kom je soms tegen hoor.
Weer blij met werkende ketting (wel nog steeds overslaand zo nu en dan) was ik weer op weg en ik was er bijna. Het kon niet meer dan 40 kilometer zijn. Al moet ik bekennen dat het deze betreffende dag niet echt lekker ging dat fietsen. De dag naar Wenen zat nog aardig in mijn benen en de McDonalds lunch zorgde niet echt voor de benodigde energie. Onderweg kwam ik ook al niet veel eetbaars tegen. Ik fietste langs allemaal kleine dorpjes iets ten noorden van de Donau. Tegen 18.00 uur was ik bij de brug die me weer aan de andere kant van de Donau zou brengen, vlak bij de grens van Slovenië. Eenmaal de brug gepasseerd moest ik afstappen. De brandstof was op. Er zat gewoon totaal geen kracht meer in mijn benen. Heel raar gevoel. Het was geen vermoeidheid, zo voelde het niet. Er was gewoon niks meer te verbranden. Ik moest nog maar 20 kilometer. Ik stapte toch maar weer op. Ik moest onder de brug langs de Donau verder over een soort fietspad die wederom rechtstreeks naar Bratislava zou leiden (dit stond vanaf hier zeer goed aangegeven). Na een kilometer op lege benen langs de Donau doorgepeddeld hebbende kom ik plots zomaar een alleraardigst terrasje tegen, gelegen ‘op’ het fietspad. Het was er een van het aangelegen restaurant een tientalmeters van het fietspad af. Nou werkelijkwaar. Het was of ze het er speciaal voor mij daar hadden opgezet. Van een afstand af was het net een Oase. Maar het was dus echt. Ik parkeerde mijn fiets en plofte in een stoel en liet me bedienen door een charmante en aardige Oostenrijkse serveerster. Ik heb nog nooit zo lekker gegeten als daar (wiener schnitzel mit kartoffelsalat) en wederom het bier (Gosser) was dit keer helemaal hemels, om niet te spreken van het toetje (pannenkoeken met ijs). Een feest, vooral met de langs sjezende Donau te bezichtigen als ik van mijn bord opkeek.
En het werkte, de laatste 20 kilometer was ik weer helemaal top qua energie en genoot ik volop van de ondergaande zon die me begeleide bij het laatste stukje fietsen. Bratislava was in zicht. Nog 4 km zag ik zelfs op de bordjes staan. En PATS. Weer mijn ketting gebroken. Lache zeg. In de schemering zag ik Bratislava iets verder weg als even daarvoor in de heuvels langs de Donau liggen. Ik had een reparatiekitje van het vriendelijke Oostrenrijkse fietsenmakersmoedertje mee, dus, hoppa, fiets op zijn kop en aan de reparatie. Ik was daar nog geen minuut mee bezig of het was al bijna niet meer te doen dat repareren. Van alle kanten werd ik belaagd en ook venijnig gestoken door muggen. Waar ik ook naar verkaste met mijn fiets op zijn kop. Ik was niet veilig voor die beesten. Uiteindelijk was het me toch gelukt om in het half duister de ketting er op te leggen en het pinnetje er in te ponsen toen ik erachter kwam dat ik nog een tangetje nodig had om het af te maken. Om het uitstekende puntje van het pinnetje af te knippen. Anders zou ik nog niet kunnen fietsen. Ik kon dus nog niet fietsen. Met de fiets aan de hand muggen van me afslaand heb ik de laatste paar kilometer afgelegd. Waar ik langer over deed dan me lief was wegens het kwijt zijn van mijn oriëntatie (ik geef enige vermoeidheid in combinatie met de hele dag hete zon op mijn pan dit keer de schuld). Ik was aan de verkeerde kant van de Donau beland bij het zoeken naar het oude dorpscentrum. Een stuk teruglopen, daar kwam het weer op neer. Eenmaal lopend door het oude dorpscentrum moet ik er wederom nogal afgepeigerd uit hebben gezien. Met vermoeide kop, bezweet, stinkend en handen onder smeer. Ik moet een hele attractie geweest zijn in het nette uitgaanscentrum van Bratislava. Het was een zwoele zomeravond en in het gezellige centrum was het nachtleven al begonnen. Mensen liepen er allemaal opgetut en opgesmirkt bij. Het kon me niks schelen. Ik moest wat te drinken hebben en de enige optie, wat open was, waren de barretjes. Dat barpersoneel zat me wel een beetje vreemd aan te kijken, vooral ook naar de smeervlekken die ik op het colaglas achterliet.
Het vinden van een hostel ging snel. Het was dit keer een gezellig hostel gevuld met backpackers, weer wat volk om me heen om tegen aan te lullen. Maar dat was voor de volgende dag. Alhoewel, er zat een groep Duitsers in mijn kamer die ook aan een fietstocht bezig waren. Dus dat was wel even leuk voor het slapen gaan, wat ervaringen uitwisselen.
Een dagje Bratislava, bestaat uit. Je fiets wederom laten voorzien van een nieuwe ketting. Een fietstochtje naar een kasteel langs de Donau (10 km fietsen maar), schromelijk relaxen op een hip kunstmatig strandje met uitzicht op de stad langs de Donau, een tequila sunrise drinken op een strandstoeltje, een beetje lezen en ’s avonds in het gezellig zomerse centrum op een terrasje een pizza verorberen (en een halve liter bier natuurlijk). Dit alles natuurlijk wel weer helemaal alleen, maar ik kan me aardig goed vermaken met mezelf. Vind ik zelf. ’s Avonds weer andere mensen op mijn kamer. Een groep Italianen. Geprobeerd mee te praten, maar verliep moeizaam. Later wat biertjes gedronken in de bar van het hostel met een stelletje uit België (Gent). Ze gingen ergens in de heuvels in een tentje zitten was hun plan. Nog later met de mannetjes Belg van het stelletje vanaf het balkon van de hostelkamer gekeken naar een opstekende storm (bliksemschichten in de verte en er vlogen diverse hardmetalen voorwerpen door de straat) met nog een biertje uiteraard.
De volgende dag vroeg de trein in. Had een kaartje voor de trein van 0900 uur. Het was de enige trein waarin nog plek voor mijn fiets was zeiden ze aan het loket. Gelukkig dat ik een dag ervoor al de kaartjes had gehaald want je moest echt een plek reserveren anders zat de fietscoupe al vol – was dus niet de enige met een fiets door het land aan het cruisen.
De treinreis ging niet voorspoedig. Ten eerste vertrok hij met drie uur vertraging. Ten tweede werd ik er al snel weer uitgebonjourd net over de grens met Tsjechie. De storm van de nacht ervoor had wat bomen op de rails gegooid die er nog niet vanaf waren gehaald. Iedereen dus in de bus. Behalve degene met een fiets. Ik dus en nog een opgeschoten grote Duitser (wel twee meter) met een ligfiets. Geen Tsjech die Engels sprak natuurlijk en zodra je toch probeerde met wat Engels en gebarentaal dan negeerde ze je. Geen info, zoek het maar lekker uit gevalletje. Met moeite achterhaald hoe laat de eerstvolgende trein ging, was er een naar Brno met een overstap in Brno naar Praag (met lange wachttijd ertussen). Een dag wachten op stations. Wel hier en daar praatjes met andere reizigers. Ook nog met wat Nederlanders uit de polder (Bovenkarspel), vooruit dan maar weer.
Uiteindelijk kwam ik pas om 23.00 uur in Praag aan. Weinig meer gedaan die avond. Terwijl ik eigenlijk nog wel een avondje op stap in Praag in de planning had zitten. Maar na een late diner in een pizzatent (weer pizza) en de constatering dat mijn spijkerbroek samen met mijn fiets in de berging van het hostel opgesloten was (niet over nagedacht) heb ik mijn topbunk bed het toch maar laten winnen. Mijn spijkerbroek was voor een kroegbezoek noodzakelijk, vond ik.
De aller allerlaatste dag nog een beetje Praag bekeken. Ontbeten (belegd stokbrood en een koffie) in een parkje onder een brug met uitzicht op de stad. Het weer was niet meer zomers. Het regende net niet. Nog even het winkelcentrum opgezocht en daarna rustig aan naar het vliegveld gefietst. Op het vliegveld verliep alles voorspoedig. Behalve de constatering dan van het feit dat ik 60 euro moest betalen voor de opslag van de doos waar ik mijn fiets in moest stoppen.
Terug in Nederland. Na een voorspoedige vliegreis, wachtend op de komst van mijn fiets bij de bagagebanden van Schiphol. Moest ik dus vrij lang wachten, want de fiets kwam geheel niet. Had het vliegtuig gemist. Zat mij wel goed. Nu hoefde ik hem ten minste niet mee te slepen van Schiphol naar huis. De volgende dag werd hij netjes door een KLM busje afgeleverd. De kartonnen doos waarin ik hem had ingepakt, daar was vrij weinig van overgebleven als zijnde een beschermhuls van mijn fiets. Maarja, de fiets was nog geheel intact. Ik ook. Dus vakantie geslaagd. Einde.